woensdag 9 september 2020

T201 Spreekvaardigheid 1 - Pecha Kuchapresentatie "Wie ben ik?"

Eindopdracht - Pecha Kuchapresentatie "Wie ben ik?" (10x20)


WAT?
Bij een Pecha Kucha presenteer je een diavoorstelling van twintig afbeeldingen in een totale tijd van 6 minuten en 40 seconden. Elke afbeelding wordt precies 20 seconden getoond. Deze eisen dwingen tot creativiteit en het onder tijdsdruk to the point zijn. Het concept werd in 2003 bedacht door Astrid Klein en Mark Dytham, twee architecten uit Tokio. Het woord moet als een enkel woord worden uitgesproken (petsja-kutsja).




 


Begin met brainstormen en kies wat je echt belangrijk vindt. Je kunt de klassieke indeling voor een presentatie aanhouden: inleiding, middenstuk, slot.
Tien dia’s is minder dan je denkt:
  • Dia 1 is nodig voor jouw inleiding: Waar gaat jouw presentatie over?
  • Dia 2 t/m 9 zijn de kern van je verhaal. (Als er een climax is, leg die dan op twee-derde van je tijd, ongeveer bij dia 6.)
  • Gebruik dia 10 om je verhaal af te ronden en om een laatste zin te formuleren die jouw publiek bijblijft.

HOE?

Begin met een lege presentatie van 10 dia's. Iedere dia moet 20 seconden blijven staan (zie hiervoor het filmpje hierboven). Vervolgens zoek je 10 treffende afbeeldingen (het liefst zelfgemaakte foto's) die passen bij wat je wilt vertellen. De labels helpen je bij het vinden van de beelden. Importeer de 10 foto’s in je presentatie; je hebt nu een eerste versie van je presentatie met beeld en label. Deze versie gebruik je om je tekst te maken, te oefenen en bij te stellen. 
Oefen je tekst hardop in een traag tempo. Gun jezelf weinig woorden, dan gun je jezelf rust tijdens je optreden en je publiek krijgt voldoende tijd om te begrijpen wat je zegt en je te blijven volgen. Waarschijnlijk merk je dat je veel moet schrappen in deze fase, of dat een andere volgorde lekkerder is. Pas aan en schrap waar het kan.
Als de tekst klopt, maak dan de versie die je gaat gebruiken tijdens jouw Wie ben ik- presentatie. Gebruik alleen de beelden, geen tekst. (Vooruit, op dia 1 en/of dia 10 mag tekst met mate..)
Voor je optreden oefen je nog enkele keren hardop. Tegen die tijd heb je zo geschaafd aan je tekst dat die past bij de beelden, en klopt met de tijd. 



In weinig tijd, spannend vertellen, wat je zeggen wilt; vraagt zorgvuldige voorbereiding.
Dat kost tijd, ook als je gestructureerd werkt. Je aandacht en tijd maken het waardevol en geven je de kans om uit het hoofd je verhaal te doen en meeslepend te zijn. Deze manier van voorbereiden geeft structuur. Doe er je voordeel mee. Oefen, oefen, oefen totdat je het uit je hoofd kent!